Maart 2026
Ik schrijf Nepal najaar 2025. Tijdens de laatste dagen van mijn verblijf aldaar kreeg ik de vraag om mee te gaan naar een regio in Kavre. Het was een voor mij onbekende regio waar ik nog nooit was geweest.
Via via waren de mensen uit die streek te weten gekomen dat ik, de voorzitster van BIKAS, in Nepal verbleef. Ze waren heel geïnteresseerd om mij te ontmoeten en om me mee te nemen naar dorpen die smeekten om hulp. Nadat ze gehoord hadden dat in Mane Vigur – een andere regio in Kavre - een drinkwaterproject gerealiseerd was met de hulp van BIKAS, waren ze zich ter plaatse gaan vergewissen van het resultaat.
En zo kwam ik terecht in Chaurideurali dat deel uitmaakt van Madan Kundari, een dorp gelegen in het Kavrepalanchok district op ongeveer 90 km van Kathmandu, zo’n vier uren rijden. Chaurideurali is een verzameling van meerdere nederzettingen, gehuchten en dorpjes gelegen in een heuvelachtig gebied, dat reeds jarenlang een probleem kent met de bevoorrading van drinkbaar water.
Rond de eeuwwisseling had de overheid een poging gedaan om dit probleem aan te pakken, tot grote vreugde van de plaatselijke bevolking die zelf meegeholpen had. Maar het aanleggen van een waternetwerk werd uiteindelijk een grote flop. Er werden foute berekeningen gemaakt, te grote leidingen gelegd en een te klein opvangbekken gebouwd. Het geheel werd slecht onderhouden en vertoonde al vlug meerdere gebreken. Gevolg dat er soms dagenlang geen enkele druppel water beschikbaar was. Tot overmaat van ramp was het geld op en bleven een hoop verroest metaal en een onbruikbaar betonnen blok over. De zwaar ontgoochelde mensen zagen alle hoop op drinkwater in hun dorpen vervlogen.
Tijdens het regenseizoen en de maanden erna is het tekort niet zo dramatisch maar eenmaal de droge periode aanbreekt, kampt men er met een nijpend watergebrek. De mensen zijn dan genoodzaakt om veel verder op zoek te gaan naar het kostbare drinkwater. Het aantal uren, die vooral vrouwen en kinderen spenderen aan het halen en dragen van water, neemt naargelang het droog seizoen vordert gestaag toe. Anderhalf tot twee uur wandelen vooraleer men bij een waterbron komt is geen uitzondering. Het wordt elk jaar erger.
En toen kregen ze te horen dat een buitenlandse vzw elders succesvolle waterprojecten had uitgevoerd! De dorpelingen gingen hun oor te luisteren leggen bij Babu Lal Tamang, onze projectleider en bij Guna Lama, de ingenieur die reeds eerdere BIKAS waterprojecten tot een goed einde had gebracht. Maar beide heren hielden lange tijd de boot af omdat ze zich realiseerden dat het dit keer om een zeer groot project ging, met vele huizen, wetende dat BIKAS ook zijn beperkingen heeft.
Maar het dorpshoofd bleef aandringen om de situatie toch eens van dichterbij te komen bekijken. Omdat ik toen in Nepal op bezoek was, namen ze de gelegenheid te baat om me uit te nodigen en naar de mensen daar te komen luisteren. Informeren is niet hetzelfde als beloven dus daarom trok ik er een dag voor uit om Chaurideurali te bezoeken.
’s Morgens werd ik opgepikt door het dorpshoofd en samen met Babu Lal en Guna reden we door een prachtig stukje Nepalees middengebergte dat een ware ontdekking voor mij werd.
De uitgestrektheid van het gebied was voor mij moeilijk te vatten. Er waren verschillende dorpen die van elkaar afhankelijk waren. We reden bergop bergaf, van het ene dorp naar het andere. Geregeld hielden we halt en toonde men mij van waar het water moest komen, waar naartoe, tot welke huizen…
Men had een overleg gepland en iedereen die geïnteresseerd was mocht komen. De gemeenschapszaal liep stilaan vol. Een 80-tal dorpelingen was aanwezig, zowel mannen als vrouwen, zowel jong als oud. Het dorpshoofd stelde ons voor en gaf toen het woord aan Babu Lal. Die legde uit hoe het in Mane Vigur verlopen was, niet enkel de succesvolle dingen werden vernoemd maar ook de moeilijkheden waarmee men geconfronteerd werd en hoe die opgelost werden. Ook Guna kwam aan het woord en toen werden beide mannen bestookt met heel veel vragen, veel schrijnende verhalen, twijfels, discussies…
Er kwam een oude man aan het woord die op langzame maar indringende wijze zijn verhaal deed van hoe het vroeger was en hij smeekte om hulp. “Als we nu niets doen,” zei de man, “ dan moeten we binnen tien jaar hier allemaal weg, dan kunnen we hier niet meer blijven wonen.”
Hij zou dit niet meer meemaken, zei hij, maar zijn kinderen en kleinkinderen zouden zwaar getroffen worden.
Laten we de krachten bundelen, laten we aan onze toekomst denken en aan diegenen die na ons komen, dat was de boodschap. Mensen, wiens geloof in hulp zo goed als verloren was, begonnen nu toch te hopen dat er iets positiefs op hun pad zou komen. “We moeten die kans nu grijpen,” benadrukten ze, “het zou wel eens de laatste kans kunnen zijn!”
Toen nam ik het woord en legde uit hoe wij bij BIKAS werken en wat we van de lokale bevolking verwachten. Dat we sowieso 25 procent lokale inbreng willen, hoe moeilijk dit ook zal zijn. Dat we met watermeters werken, dat de grootste verbruikers het meest betalen… enz.
Ook al beloofde ik niets, toch luisterden de mensen vol belangstelling.
Zelden voelde ik de druk, de noodkreet van de mensen zo fel. Deze bijeenkomst bleef aan me plakken. Kunnen we hier helpen, kunnen we het financieel dragen? Mocht ik de Lotto winnen dan weet ik direct wat ik met dat geld wil doen: mensen gelukkig maken met iets wat voor ons zo gewoon is, namelijk drinkbaar water uit een kraantje in eigen huis…
Ik zou de verhalen mee naar België nemen en bespreken wat mogelijk is. Wat zeker vaststaat is dat BIKAS dit niet alleen kan dragen en dat dit project over verschillende jaren zal moeten verlopen.
Eenmaal terug thuis heb ik de vraag van de Chaurideurali-dorpen voorgelegd aan het bestuur van BIKAS. We hebben alles grondig besproken en overlegd wat er binnen onze mogelijkheden ligt. Welk stuk van het probleem zouden we kunnen aanpakken en kunnen we nog een andere partner mee over de brug trekken?
Momenteel onderzoeken we hoe we de financiering in een meerjarenplan kunnen gieten.
Guna, de ingenieur, heeft de opdracht gekregen om plannen uit te werken in verschillende fasen. Dit zal een ander beeld geven om te bekijken hoe we toch een deel van de gemeenschap kunnen helpen. We gaan zeker niet alles kunnen realiseren, tenzij de droom van de Lotto zou uitkomen
Maar voor bijna 500 huizen met ongeveer 2500 dorpelingen willen we een nieuw, duurzaam en betrouwbaar waterleidingnetwerk bouwen.
Dus… een nieuw project komt eraan! We gaan ervoor! We dromen groot maar we beginnen klein.
Wanneer het volgende tijdschrift verschijnt, zullen we meer duidelijkheid hebben.
Maar we doen nu al een oproep:
Wil je meehelpen dit project te verwezenlijken dan is jouw financiële steun meer dan welkom op het rekeningnummer van BIKAS BE32 2200 7878 0002 met de vermelding ‘Water voor Madan Kundari’.
Alvast heel hartelijk bedankt voor jullie steun,
dhanyabad!
Betty Moureaux,
voorzitster BIKAS
